leonstoepker.reismee.nl

Public health in Untunjambili en een verlopend visum

De weken vliegen voorbij en de te vertellen verhalen worden langzamerhand meer dan ik er in een reisverhaal kan vertellen. Maar ik ga toch een poging wagen om het avontuur in kaart te brengen.
Ons coschap hier zou eigenlijk gelijkwaardig verdeeld moeten zijn in half tropengeneeskunde, half sociale geneeskunde. Beiden minimaal vier weken, idealiter beide zes weken. Na bijna zes weken puur tropengeneeskunde werd het tijd voor wat sociale geneeskunde, wat voor ons neerkomt op public health, eerste-lijns-geneeskunde en outreach in ruraal Zuid-Afrika.
 
Als eerste onderdeel vertrokken we naar Untunjambili, een district ziekenhuis in de bergen van Kwazulu Natal. Op maandagochtend staan we om zes uur, nog voor zonsopgang, voor het ziekenhuis te wachten op sister Xulu, een verpleegkundige die ons een lift geeft. Het is zo’n 90 minuten rijden, waardoor het praktischer is om de hele week in de buurt van het ziekenhuis te blijven. We zouden verblijven in een Duitse kostschool in Hermannsberg.
 
Bij aankomt in Untunjambili valt het temperatuurverschil meteen op, het milde kustklimaat heeft plaatsgemaakt voor het koelere bergtemperaturen. Nog voor half 8 (verpleegkundigen beginnen nou eenmaal eerder dan de meeste dokters) zitten we in het kantoor van dokter Pakathi te wachten, zij zou onze begeleider van de week zijn. 
Na een uur zitten we nog bibberend in het kantoor, onze kleding duidelijk tekort-schietend voor het koude bergleven. Een zuster komt het slechte nieuws brengen dat dr. Pakathi er vandaag niet is, vanwege een vergadering in Stanger. Voor de planning niet erg bevorderlijk, maar de zuster dat we maar gewoon ergens moeten beginnen. Het kleine ziekenhuis heeft vier afdelingen: maternity (gynaecologie/obstetrie), pediatrics (kinder), een male- en een female ward. We beginnen bij maternity. Nadat we ons hebben voorgesteld begint de vrouwelijke dokter vrijwel meteen uit te leggen over de patiënte die ze net heeft gezien en zo begint de week zonder introductie of planning, die ook later niet meer zal volgen.
Nadat we alle afdeling kort hebben bezocht is de dag al snel voorbij. Rond een uur of drie gaan we naar het hoofdkantoor om te vragen wie ons transport de rest van de week zou verzorgen.  Het enige wat we wisten is dat ‘iemand’ ons elke dag uit Hermannsberg zou ophalen en er terugbrengen, omdat diegene er langs reedt. Na een verwarrend uurtje begint de tijd te dringen, aangezien we om vier uur die kant op zouden gaan. 
Wederom blijkt de afwezigheid van dr. Pakathi het probleem: zij was zelf bereid gevonden ons elke dag mee te nemen, maar zij is echter nog steeds afwezig. Gelukkig blijkt een andere medewerker bereid ons mee te nemen en zo lossen we het probleem al carpoolend op.
 
Iets later dan verwacht komen we aan in Hermannsberg, wat letterlijk bestaat uit één straat en een enorme Duitse kostschool, opgericht door Duitse missionarissen. We verblijven niet in de school maar in de straat bij een vriendelijk Duits stel: Utah en Sven. Nina en ik delen een ruime kamer en we eten ’s avonds gezellig mee met de familie. Ik noem het familie maar eigenlijk is er niemand aan tafel bloedverwant: twee duitse studentes pedagogiek verblijven voor een stage een aantal maanden bij hen en werken op de school en daarnaast wonen er drie stralende Zulu-meisjes, genaamd Samantha, Amahle en Alwande. Het drietal verblijven hier, alszijnde in een safe-house. Alle drie zijn ze misbruikt en vanwege het aanklagen van de ‘verdachte’ (vaak familie), zijn ze thuis niet meer veilig. Utah en Sven bieden hen onderdak en zorgen dat ze naar school kunnen. We eten samen en het is een gezellige bedoening. Het haardvuur gaat aan en dankbaar maken we gebruik van de vesten die we mogen lenen. Nu is dan toch duidelijk dat we hier in de winter zitten...
 
De volgende dag besluiten we niet zozeer in het ziekenhuis te gaan meelopen, aangezien dat geen public health is. We moeten de eerstelijns gezondheidszorg verkennen en gaan daarom langs bij verschillende klinieken, gerund door verpleegkundigen, maar functionerend als een gecombineerde huisarts/consultatiepost. We leren over vaccinatieprogramma’s, inschatting van ziektebeelden en de behandeling van kleine kwalen.
De week vliegt om, het leven hier is een verfrissende afwisseling. Het groene berglandschap is zo anders dan Stanger. De uitzichten over dalen met talloze Afrikaanse hutjes, doorkruist door de kronkelende Tugela rivier zijn indrukwekkend. 
Het hoogtepunt van de week bereiken we, als we met een mobile clinic (een busje met allerlei medische materialen en medicamenten) het diep rurale gebied ingaan. Na een avontuurlijk hobbelige rit vinden we in the middle of nowhere onder een boom de plek om aan de slag te gaan. Twee tafels, wat stoelen en alle medische materialen worden uitgestald en mensen lijken uit het niets te komen opdagen. Ik verwonder me hoe de mensen weten dat de clinic hier vandaag zou zijn en daarnaast dat ze het op deze plek nog vinden ook. In ieder geval werkt het en is er zo toch bereikbare zorg voor mensen in diep ruraal Zuid-Afrika, ook al is de kwaliteit van zorg toch matig te noemen.
 
Die vrijdag hadden we ongeveer alles wat we wilden zien wel gezien, wat ons wat tijd gaf om Kranskop te verkennen, het plaatsje dichtbij Untunjambili. Het stadje zelf stelt weinig voor, we lopen op ons gemak rond en kijken naar de mensen en de marktjes. We passeren smoezelige bergen met groenten en fruit, kleine barbecues met kippenklauwen en kippenhoofden. 
Op een gegeven moment lopen we langs een gammel tentje waar ze haren knippen, een mannenkapper! Het kost nog geen 20 rand (nog geen twee euro) en kan daarom toch nooit tegenvallen. Mijn waaierige blonde lokken waren enigszins uit model gegroeid, dus dit kon niet beter. Als blijkt dat de kapper geen schaar heeft, alleen maar tondeuses wordt het wat lastiger. Maar hij laat zich niet weerhouden en gaat met een tondeuse in allerlei standen langs alle zijden van mijn hoofd. Na een half uur staan we weer buiten, de man heeft hard gewerkt, maar als ik met mijn hand door mijn haar strijk voel ik bijna dat het scheef is gedaan. Nina is nog optimistisch als ze zegt dat het wel beter is dan eerder. Bij nadere inspectie is het voorop (erg) kort, rechtsachter langer en linksachter weer korter. Mijn baard heeft hij ook meegenomen met dezelfde tondeuse, maar die is ook niet erg goed gelukt…
Diezelfde avond komen we weer in Stanger aan, waar ik wellicht zelf met mijn tondeuse aan de slag was gegaan als we stroom hadden gehad. Echter was (inmiddels voor de derde keer?) onze stroom afgesloten vanwege de pre-paid elektriciteit die we hebben en pertinent te laat opladen. Wederom zaten we daarom in een donker huis bij thuiskomst. De volgende dag ontluikt Nina zich als waar tondeuse talent en valt mijn kapsel nog grotendeels te redden! En zo ging ik ineens weer kortgetrimt, doch netjes, door het leven.
 
In de weekenden in Stanger is het druk en chaotisch op straat. Ik blijf me verbazen hoe de gemiddelde Zuid-Afrikaan zich voortbeweegt, het heen en weer waggelen lijkt soms meer naar links en rechts te bewegen dan voorwaarts. Het wandelend inhalen is daarmee een grote uitdaging, elke dag weer. 
We lijken zowaar gewend aan het leven in Stanger, maar om eerlijk te zijn zou het wel erg lekker zijn om voor het dagelijkse leven te kunnen ontsnappen uit de stinkende stad. Via Sven hadden we het nummer gekregen van een man die in Blythedale woont, Herman. Hij zou ons misschien wel kunnen accomoderen.
 
In de tussentijd is het al bijna juni en aangezien ons visum in juli verloopt is het tijd voor ons vernuftige plan: ergens halverwege de stage naar Mozambique en terug om de grens maar te passeren, leek ons de makkelijkste manier om een nieuwe stempel te krijgen. 
De woensdag voordat we een lang weekend zouden nemen ontmoeten we Herman even snel voor de trip begint, tussen alle regeldingen door. De spullen zijn gepakt, we moeten alleen de huurauto nog bevestigen, betalen en ophalen. 
Herman blijkt een vriendelijke, licht verstrooide, Duitse man van rond de 80. Hij woont al meer dan 20 jaar in Zuid-Afrika en heeft sinds 13 jaar een huis in Blythedale, waar hij niet alleen woont. Hij noemt zichzelf de man met vele kinderen, want in zijn grote huis heeft hij over de jaren heen tientallen Zuid-Afrikaanse jongeren opgevoed. Hij vertelt hoe hij weeskinderen, of kinderen met een moeilijke achtergrond of sociale problemen in huis neemt en ze een stabiele basis biedt en zorgt voor onderwijs. We praten over ons eventuele verblijf bij hem en bespreken het feit dat we geen vervoer hebben voor de dagelijks af te leggen 7 km. Daarvoor heeft hij een oplossing: we mogen zijn VW Golf CiTi lenen, die gebruikt hij zelf niet. Het is een prachtig wit koekblikje met alles wat je van een ouwe barrel in Afrika verwacht: het raam sluit niet soepel, er mist een ruitenwisser, de deuren gaan maar moeizaam open en dicht, en het starten is ook een uitdaging met de juiste hoeveelheid choke en gas. Om Herman’s goedheid nog ongeloofwaardiger te maken laat hij ons de auto per direct meenemen en mogen we er van hem mee naar Mozambique rijden.
Niet veel later sjeezen we opgelaten langs het suikerriet, richting Stanger. Heeft deze man ons nou zijn auto meegegeven nadat hij ons nog geen twee uur kent?
 
De huurauto hadden we niet meer nodig, wat ietwat lullig en last-minute geannuleerd werd. Niet minder prinsheerlijk rijden we de volgende ochtend de snelweg op met ons rammelde bakje, het feit dat hij soms niet in de één schakelt blijkt het grootste probleem, maar niks is onoverkomelijk. Na een rit van vier uur bereiken we de grens van Mozambique bij Kosi Bay, waar we de auto voor een lang weekend kunnen parkeren. Vanaf de grens zijn er geen geasfalteerde wegen en in het mulle zand zullen we nog geen kilometer halen. Daarom nemen we een lift vanaf de grens naar Ponta, wat een paar kilometer noordelijk van de grens aan de kust ligt.
De grens van Zuid-Afrika naar Mozambique is niet zo onzichtbaar als de grens in vele europese landen. Met het passeren van de landsgrend betreden we een compleet ander landschap. Met een soort jeep stuiven we over de lange slingerige zandwegen, links en rechts lopen mensen die zwaaien dat ze ook mee willen . De chauffeur neemt een dame mee die met veel te veel zware tassen langs de weg staat. De spraakmakende tocht brengt ons binnen 20 minuten in Ponta do Ouro. 
 
Terwijl de zon ondergaat vinden we een mooie accomodatie bij Primo Cabanas. Ponta is een soort stranddorpje, met alleen maar zandwegen en veel accomodaties voor toeristen tussen de traditionele houten huisjes en krotjes. Alles is gelegen om het strand en er hangt een relaxte beachvibe. We besluiten meteen te gaan kijken wat er te doen valt in de avonden. Het is echter extreem rustig, bijna als enigen zitten we in de beachbar waar we onze eerste gamba's  proberen. We ontmoeten daar Garreth, wat blijkt: een dive master! We bespreken mijn plannen om ergens deze dagen een duik te gaan doen. Hij raadt me aan om morgenvroeg meteen met hen mee te gaan op een dubbelduik, waar je in één ochtend twee duiken doet. Als ik morgen niet mee ga, weet hij niet of het duiken zal lukken, omdat er een storm aan komt en er flinke golven zullen zijn.  
En zo stond ik de volgende ochtend voor ik het wist op de boot. Garreth heeft alles goed geregeld, wat blijkt: hij is ook nog de manager van het duikresort DivOcean divers. 
De eerste duik is fantastisch, met talloze stingrays en enorme groupers. De tweede duik kan daar moeilijk aan tippen en valt dan ook wat tegen, met troebel water en veel kleinere visjes. Echter mag ik niet klagen, want dit heb ik maar weer meegepakt en om te zwemmen met rays stond al sinds Indonesië op mijn lijstje!
Die dag geniet ik samen met Nien van het mooie strand. Dat het laagseizoen is mag duidelijk zijn, aangezien het enige gezelschap wat we hebben de strand(zwerf)honden zijn. Het strand en de zee zijn hier duidelijk mooier dan rondom Stanger, Mozambique is in alles net wat natuurlijker. De volgende dagen zorgen we dat we goed genieten van het strandleven. We wandelen langs een landtong om de rotsen om op een afgelegen privéstrand de hele dag te ontspannen, zonnen en zwemmen. We komen allebei enorm tot rust en de tijd vliegt voorbij. 
 
De laatste twee ochtenden boeken we bij het dolphin center een dolfijnentrip, iets waarvan ik op deze manier niet eerder had gehoord. Met zonsopgang vertrekken we met een dikke speedboot de oceaan op. Lea, de gids, vertelt over verschillende gedragsvormen van dolfijnen: slapend, reizend, jagend of sociaal. Als we geluk hebben komen we een groepje dolfijnen tegen om vanaf de boot te spotten. Als we nog meer geluk hebben zijn ze op dat moment sociaal, dan kunnen we van de boot springen en met ze snorkelen!
De eerste ochtend komen we een kleine groep dolfijnen tegen, vanwege de snelle voortbeweging lijkt het erop dat ze reizend zijn. Toch mogen we het water in en vangen we een paar glimpsen op de van de bijzondere dieren.
De volgende ochtend ga ik weer mee op de trip, Nina besluit dat eenmaal genoeg was. Echter wordt voor mij de herhaling beloond als we tweemaal met een groep dolfijnen in het water mogen springen, waarvan de tweede groep erg sociaal blijkt! De dolfijnen spelen met vluchtende vissen, zwemmen rondjes om me heen en onder me door. Als ik geluiden maak komen ze dichterbij en lijkt het alsof ik contact met ze heb (kijken ze me nou aan?). Veel te snel gaat de groep zwemmende zoogdieren door, slechts een nieuwsgierige dolfijn zwemt nog wat rond voordat ook hij vertrekt. Hij laat mij, Lea en een andere enthousiaste vrouw glunderend achter. Voldaan gaan we terug naar huis. 
 
Het was een goed en bijzonder weekend, Mozambique is een aanrader. Helaas moeten we weer terug. Nina en ik zijn beiden op een nieuwe afdeling begonnen, het kan niet alleen maar feest zijn...
De dagen erna zijn we weer hard aan het werk, maar mis ik het strandleven toch wel erg. Binnen een paar dagen mogen we naar Blythedale verhuizen, waar we ten minste buiten werkuren op het strand kunnen wonen! Dat klinkt als een goed vooruitzicht voor de laatste maand.

Reacties

Reacties

rob

Fantastisch,heb weer genoten van je steil.
Sprekend,je beschrijving over de uitdaging van inhalen van waggelende mensen.
Kippevel over de beschrijving met je ervaring met de dolfijnen. Super man. Tot heel snel.

Els

Ontroerend mooi Leon. Het is een prachtig avontuur en wat heerlijk dat je dit kunt delen met Nina. Voor ons een cadeautje dat je het talent hebt om zo prachtig te schrijven.
Tot over drie dagen want dan zijn we bij je.
Dikke smok, je moeder

rob

Niet van je steile haren maar van je schrijfstijl. stijl stijl stijl.

Reinoud

Wat verwen je ons weer met zo'n mooi verslag van je avonturen. Ik hoop dat het nog gelukt is met het visum. Je verblijf in de bergen moet wel indruk gemaakt hebben en met je belangstelling voor het onderwaterleven is het in Mozambique dus genieten, wat een belevenis!

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!